VORIGE GA NAAR PAGINA: 1 | 2 | 3
Jarsin's boek is ook gedeeltelijk te doorzoeken via Google Book Search: http://books.google.com/books?isbn=908090211X
Proloog - Pagina 3

Een vreemde theorie uit 1976, bekend als de ‘bicameral mind’ (tweekamerige geest), is die van de Amerikaanse psycholoog Julian Jaynes (1920-1997), neergelegd in zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind. Zijn opvatting is dat beide hersenhelften, tot circa 3000 jaar geleden, nagenoeg onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt. In die tijd zouden de mensen onbewust zijn geweest en geleden hebben onder het fenomeen ‘stemmen horen’ en andere soorten hallucinaties en zelfs onder vormen van dissociatie zoals die van de meervoudige persoonlijkheid. De doorbraak van tweekamerige geest tot bewustzijn zou ongeveer 2700 jaar geleden, ten gevolge van de spraakevolutie bij de oude Grieken, hebben plaatsgevonden. In die tijd, zesde eeuw voor onze jaartelling, werden door de Grieken de democratie en natuurfilosofie ontwikkeld, welke Jaynes ziet als een bewijs voor zijn theorie.
Deze theorie kan natuurlijk nauwelijks serieus worden genomen. Ten eerste begon de spraakevolutie veel eerder (rond 100.000 jaar geleden) en ten tweede suggereert deze theorie dat het ontstaan van menselijk bewustzijn een psychische (historische en culturele) en geen neurologische aanwinst was. Niets wijst erop dat in de bouw van de hersenen de laatste 100.000 jaar iets is veranderd (dus waarom zou dat wel betrekking hebben gehad op de mentale processen daarin). Doch indien het wél een zo kort geleden veroorzaakte neurologische vooruitgang was, deze zich natuurlijk nooit zo snel over de wereld had kunnen verspreiden en daarbij andere volken totaal had kunnen vervangen. Iets dat Homo sapiens tussen 80.000 en 30.000 jaar geleden wél lukte. Maar ja, daar heeft hij dan wel 50.000 jaar over gedaan in een periode dat de mensenpopulatie in de wereld veel kleiner was. En als het een psychische omwenteling was dan hadden, tenminste tot slechts enkele decennia geleden, nog geïsoleerde onbewuste en hallucinerende mensenpopulaties moeten zijn aangetroffen. Trouwens, het horen van stemmen en dissociatie komen ook vandaag de dag veel voor en schijnen neuropsychische anomalieën te zijn. Verder is bekend dat religies (zie onder meer grotschilderingen en grafheuvels etc.) al tienduizenden jaren geleden werden gepraktiseerd en dat duidt ondubbelzinnig op bewustzijn. De bewering van Jaynes dat belijders van monotheïstische religies bewuster zijn dan die van polytheïstische slaat natuurlijk nergens op. Als ik naar de huidige wereldomstandigheden kijk zou ik eerder geneigd zijn het omgekeerde te beweren.
De Nederlandse psycholoog Piet Vroon (1939-1998) speelt met vergelijkbare gedachten in zijn boek Wolfsklem. In ieder geval wordt het bewustzijn door beide auteurs niet tot klaarheid gebracht.
Alles wijst erop dat de menselijke hersenen en bewustzijn, in zijn huidige vorm, al 100.000 jaar bestaan. Het enige daaromtrent, dat je van de oude Griekse (natuur)filosofen kunt bewonderen, is dat zij waarschijnlijk de primeur hebben de eersten te zijn geweest die het bewustzijn zijn gaan bestuderen. Niets meer en niets minder.

In 1989 ontdekte de Duitse wetenschapper Wolf Singer met collega’s dat neuronen in de hersenen van katten gelijktijdig vibreren bij het aanschouwen van hetzelfde voorwerp. Deze vibraties vonden plaats met een frequentie van veertig keer per seconde. De Duitse natuurkundige Christof Koch en de Britse biochemicus Francis Crick grepen deze ontdekking aan om bekend te maken dat de trillingen van Singer de grondslag van het bewustzijn inhielden. Interessant aan deze 40 hertz trillingen is dat ze misschien iets te maken hebben met aandacht of besef van waarneming en geheugenopslag. Maar met een neurologische basis voor algeheel bewustzijn hebben deze trillingen natuurlijk niets van doen. Deze Koch-Crick-theorie heeft aan belangstelling ingeboet, onder meer omdat bij mensen deze trillingen nog niet zijn geconstateerd.
Ook het boek Het Bewustzijn Verklaard van Daniel Dennett geeft geen inzicht in bewustzijnsmechanismen. Ondanks dat de titel anders doet vermoeden wordt deze unieke eigenschap daarin niet ontsluierd, hoogstens worden we door Dennett de juiste richting in geleid.
Het ons een ietsje op de goede koers zetten doet ook het boek Het Bewustzijn als Bedrieger van de Deense wetenschapsjournalist Tor Norretranders.
Het probleem bij vrijwel alle bewustzijnstheorieën is dat men veronderstelt dat óf een geest óf het brein zélf bewust is. Het is echter geen van beiden.

In een artikel in het blad Brain and Mind (1979,vol.69) schrijft de Duitse neurobioloog Otto Creutzfeldt (1927-1992): ‘...In werkelijkheid bestaat er geen enkele manier om van het bewustzijn of de geest een definitie te geven of het bestaan te bewijzen in termen van biochemie, biofysica of anatomie.’ En dit is nu net wat ik in de volgende bladzijden van plan ben te doen.

Hoe dan ook, dit alles leidde niet alleen tot onbevredigende hypothesen (zoals hierboven) maar vaker zelfs tot gewoonweg absurde en onzinnige onwetenschappelijke fantasieën. De boekwinkels en bibliotheken staan vol met occultistische, parapsychologische, astrologische, new age en andere esoterische geschriften en handleidingen over hersenen, bewustzijn en (anti-)evolutie. Al deze publicaties kunnen samen met de boeken van, laten we zeggen, Rupert Scheldrake, Erich von Däniken en Oscar Kiss Maerth, om maar een aantal uit zeer veel namen te noemen, in de afvalbak der pseudo-wetenschap worden gedumpt. En natuurlijk niet te vergeten de belachelijke literatuur van het creationisme, die een belediging vormt voor iedere weldenkende serieuze wetenschapper.

In dit boek lanceer ik een eigen theorie die het bewustzijn op een biologische, neurologische en psychologische verantwoorde manier verklaart. Eigenlijk zou de titel De bewustzijnsveroorzakende mechanismen ontdekt beter passen bij de inhoud van dit boek. Maar de uiteindelijk gekozen titel kan er mee door.
Mijn theorie noem ik het DIMAPEC-model dat de afkorting is van DIversity in Memory Activity and PErceptive Consciousness oftewel, in het Nederlands, Diversiteit in GeheugenActiviteit en Waarnemend Bewustzijn. Met deze theorie leg ik niet alleen uit wat bewustzijn is maar ook onze creativiteit, ons taalvermogen en de oorsprong van dit alles. Evenals de consequenties die deze dingen hebben voor het creëren van kunstmatige intelligentie. Uit het voorgaande is af te leiden dat mijn theorie een fysische is en niets met metafysica uitstaande heeft.

Uitgangspunt is mijn wens om het gehele dierlijk/menselijk mentaal functioneren in een zo eenvoudig mogelijk stelsel onder te brengen, die tevens laat zien hoe ons bewustzijn zich verhoudt tot die van andere soorten. Leidraad in dat streven is het principe van de Engelse filosoof en theoloog William van Ockham (circa 1285-1349), ‘het scheermes van Ockham’ genoemd (oftewel: het principe van voldoende reden), dat men steevast een zo simpel mogelijke uitleg moet nastreven over verschijnselen uit de realiteit. Dus niet meer dingen daarover moet aanvoeren dan noodzakelijk is.
Dit beginsel heet tegenwoordig ook ‘wet van de parsimoniteit’ en stelt dat: waar gekozen kan worden uit uiteenlopende, zo te zien gelijkwaardige, explicaties van een bepaald fenomeen, die lezing welke het minst gecompliceerd is de voorkeur moet genieten. Vooral in de natuurwetenschappen heeft deze stelregel zijn nut bewezen.
Een variant daarop, maar dan toegespitst op de psychologie, werd opgesteld door de Engelse bioloog en psycholoog Convy Lloyd Morgan (1852-1936) en wordt de ‘wet (of canon) van (Lloyd) Morgan’ (ook ‘zuinigheidsprincipe’) genoemd. Die zegt dat wij het gedrag van een dier nimmer zouden mogen opvatten als het gevolg van een hoger mentaal niveau, wanneer het afdoende kan worden uitgelegd als het gevolg van een lager niveau. Wij hebben dus de plicht om het optreden van dieren (en mensen) op de meest simpel denkbare wijze, qua mentaal-functionele structuren, te interpreteren.
Een voorbeeld waarbij, binnen de ethologie, deze werkwijze zijn dienst heeft bewezen, was met het bekende geval van het paard Kluger Hans (Slimme Hans) begin vorige eeuw in Duitsland. Uiteindelijk lukte het de psycholoog Oskar Pfungst, met toepassing van Lloyd-Morgans regel, om het raadsel op te lossen (hierover meer in hoofdstuk 5).
Ik ga er dus vanuit dat het totale gedrag van de fauna is onder te brengen in één stelsel van cerebrale en mentale functies, die gedurende miljoenen jaren van primitief naar uitgebreid evolueerden. Ik hoop daar met mijn DIMAPEC-theorie in geslaagd te zijn.

Als gevolg van deze theorie stel ik dat wij mensen geen bewústzijn hebben, maar mechanísmen die, in een bepaalde combinatie, bewustzijn kunnen veroorzaken. Met andere woorden: mensen hébben geen bewustzijn, zij ondergáán bewustzijn.

Mijn theorie is natuurlijk niet zomaar ineens uit de lucht komen vallen. Velen hebben daaraan bijgedragen door het voorbereidend werk dat ze hebben geleverd. Zonder al deze geleerden en filosofen zou dit boek niet eens bestaan. Waar dat mogelijk is zal ik hun namen noemen als eerbetoon en als dank. Zoals u ziet heb ik hierboven al mijn best gedaan.
Één van die namen is Benjamin Libet. Vóórdat ik iets had gelezen over zijn experimenten, was ik door gedragsobservatie bij mezelf en bij personen uit mijn omgeving al tot vergelijkbare inzichten gekomen. U kunt zich mijn aangenaam verrast zijn wel voorstellen toen mijn vermoedens door testen van Libet (en anderen), die ik in dit boek behandel, al bevestigd bleken.

In hoofdstuk l wordt het eerste deel van het DIMAPEC-model behandeld gevolgd door het tweede deel in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 laat de gevolgen van de theorie op de Taal en het Tijdsbegrip zien. Het vierde hoofdstuk geeft een integratie van de bekende gedragingen binnen het DIMAPEC-model. Hoofdstuk 5 geeft een historisch overzicht van de evolutie van de hersenen en het bewustzijn. Het geheugen, bepaalde experimenten, droomtheorieën en kunstmatige intelligentie worden als bewijsmateriaal behandeld in de hoofdstukken 6 t/m 9. Tenslotte is een woordenlijst toegevoegd, zodat u niet door de waslijst van nieuwe termen het spoor volkomen kwijt raakt. Ik hoop dat dit boek zal bijdragen tot een beter begrip van de werking van ons brein en daarmee tot een beter begrip van wat wij werkelijk zijn.

Voordat ik verder ga met Hoofdstuk 1, is een waarschuwing hier wel op zijn plaats. Dit is een boek voor doorzetters, omdat er hoofdstukken bij zijn die u, de lezer, tot wanhoop kunnen drijven door de vele door mij geïntroduceerde nieuwe begrippen en herhalingen. Maar ik wil u absoluut niet ontmoedigen, daarvoor is dit boek te interessant. Tevens is het een reis door een nieuwe manier van denken over hersenen en bewustzijn. Dus zet u schrap en sla deze bladzijde om.


U heeft hierboven de proloog gelezen uit het onlangs uitgegeven boek Het Bewustzijnsmechanisme Ontdekt van Albert Jarsin. Bent u nieuwsgierig naar het vervolg (Hoofdstuk 1 t/m 9)? Bestel het boek online en/of laat een reactie achter via het feedbackformulier.



VORIGE GA NAAR PAGINA: 1 | 2 | 3
Jarsin's boek is ook gedeeltelijk te doorzoeken via Google Book Search:
http://books.google.com/books?isbn=908090211X

Op deze manier kan tot 20% van de inhoud van het boek doorzocht worden.

Enkele interessante pagina's:
- Onderverdeling van het centraal zenuwstelsel
- Verschil tussen AI en ACI
- Imsanis en Ipemsanis

Het Bewustzijnsmechanisme Ontdekt

(Uitgeverij Virus,
ISBN 90 809021 1 X,
300 blz., € 24,90.)

Forum Onderwerpen
Copyright © 2005-2017 Albert Jarsin

Indien u de auteur persoonlijk iets wil vertellen over deze website of anderszins dan kunt u een e-mail sturen naar albert@jarsin.net