VORIGE GA NAAR PAGINA: 1 | 2 | 3 VOLGENDE
Jarsin's boek is ook gedeeltelijk te doorzoeken via Google Book Search: http://books.google.com/books?isbn=908090211X
Proloog - Pagina 2

Tegenover het dualisme bevindt zich het monisme, dat stelt dat er louter één grondbeginsel bestaat waartoe al het bestaande en alle gebeurtenissen te herleiden zijn.
Vooral de wetenschap gaat monistisch te werk, gebaseerd op een materialistische en mechanistische grondslag. Ze kan ook niet anders. In de neuropsychologie is het monisme tegenwoordig steeds meer gemeengoed aan het worden omdat een groeiend aantal onderzoekers er van uitgaat dat alle mentale processen ontstaan uit fysische verschijnselen in de hersenen. Het bewustzijn is volgens deze zienswijze een voortbrengsel van het menselijk brein.

De Britse filosoof John Locke (1632-1704), algemeen beschouwd als de grondlegger van het empirisme, veronderstelde dat lichaam en geest elkaar nodig hadden bij het opdoen en verwerken van ervaringen. In zijn baanbrekende boek Essay concerning human understanding (Essay over het menselijke verstand), geschreven tijdens zijn ballingschap van 1683 tot 1688 in de Nederlandse Republiek maar uitgegeven in 1690, laat hij weten dat de geest de zintuigen gebruikt om ervaringen op te doen en de hersenen de geest gebruiken om de ervaringen te bewaren en te benutten. In hoofdstuk twee meer over zijn denkbeelden.
En zijn landgenoot de filosoof James Mill (1773-1836) verkondigde, in zijn in 1829 gepubliceerd werk Analysis of the Phenomena of the Human Mind, dat het menselijk verstand slechts een machine is die volkomen fysisch kan worden ontraadseld.

Vele anderen zoals de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804), de Zwitserse fysioloog Albrecht von Haller (1708-1777), de Duitse geneesheer Franz Joseph Gall (1758-1828) met zijn onjuiste frenologietheorie, de Franse chirurg Paul Broca (1824-1880), de Duitse wetenschapper Hermann von Helmholtz (1821-1894), de Duitse neuroloog en psychiater Korbinian Brodmann (1868-1918) en de Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud (1856-1939) die de psychoanalyse ontwikkelde, waren allen op de één of andere manier betrokken bij hersenonderzoek of hielden zich er tenminste theoretisch mee bezig.
{Voor de liefhebbers nog enkele namen op een rijtje: Emanuel Swedenborg (1688-1722), Marie-Jean Flourens (1794-1867), Jean-Martin Charcot (1825-1893), Carl Wernicke (1848-1905), John Hughlings Jackson (1835-1911), Ivan Petrovitsj Pavlov (1849-1936), Santiago Ramón y Cajal (1852-1934), Charles Scott Sherrington (1857-1952), Hans Berger (1873-1941) uitvinder van de electro-encephalograaf, Alexander Romanovich Lurija (1901-1979), Antonio Damasio.}
Freud veronderstelde dat we naast bewuste gedachten ook onbewuste gedachten erop nahouden, die we ons weliswaar niet bewust zijn, maar die wel op ons bewustzijn inwerken. Hoewel de gevolgtrekking van deze hypothese, de psychoanalyse, in de praktijk niet bepaald een groot succes is gebleken, demonstreerde Freud terecht dat er meer mentale activiteit in onze hersenen plaatsvindt dan enkel datgene waar wij ons bewust van worden. En dat was zijn grote verdienste.
U ziet dat, ofschoon we de laatste decennia meer over de hersenen te weten zijn gekomen dan in welk tijdperk ook, de hersenen en het denken de mensheid evenwel al duizenden jaren bezighouden en niet uitsluitend de laatste paar eeuwen. Enkele van de oude Griekse geleerden en filosofen waren zelfs hun tijd al ver vooruit.

De ideeën van Descartes worden uiteraard, vooral de laatste jaren, in toenemende mate bekritiseerd. Want het idee dat fysische krachten door een onstoffelijke grootheid kunnen worden beïnvloed is in strijd met alles wat we van de natuur weten. Niettemin zijn vele mensen bang voor een zuiver fysische theorie over de werking van de hersenen omdat die als mechanisch en gevoelloos wordt ervaren met, en dat is de ultieme angstaanjagende conclusie, het ontbreken van zoiets als een bewuste vrije wil. Toch realiseren neurowetenschappers, psychologen en filosofen zich steeds meer dat alle mentale manifestaties, dus ook het bewustzijn, verklaard kunnen worden op basis van de chemische en elektrische processen in onze hersenen. Dit materialisme is bij hen de heersende mening van tegenwoordig.
Eén van zijn belangrijkste hedendaagse vertegenwoordigers is de Amerikaanse filosoof Daniel C. Dennett, uit wiens bewonderenswaardig boek Het bewustzijn verklaard vaak wordt geciteerd, onder andere door mijzelf. Dennett beweert in zijn boek dat bewustzijn een gedragsvorm is en zodoende door de hersenen wordt bestuurd.

Terwijl de Poolse astronoom Nicolaus Copernicus (1473-1543) met de publicatie, in 1543, van zijn hoofdwerk De Revolutionibus orbium coelestium (Over de omwentelingen der hemellichamen) de positie van onze planeet in het heelal een duw in de juiste richting gaf en de Engelse natuuronderzoeker Charles Darwin (1809-1882) met de uitgave (in 1859) van zijn beroemde boek On the Origin of Species... (Over de oorsprong der soorten...) met onze biologische positie binnen het dierenrijk hetzelfde deed, wordt iets vergelijkbaars ten aanzien van onze mentale status nog immer node gemist.

Hoewel er de laatste decennia dus veel vooruitgang is geboekt op het gebied van hersenonderzoek en er diverse theorieën over het functioneren van ons brein zijn gelanceerd, hebben de wetenschappers en filosofen nog steeds geen definitieve en alomvattende theorie over het, voor ons mensen, belangrijkste aspect van ons denkorgaan geformuleerd, namelijk het bewustzijn. Dat komt omdat vele mentale hoedanigheden zoals gevoelens, creativiteit en emoties niet of onvoldoende door de geleerden worden opgehelderd. Van alles is gedaan om het bewustzijn te verklaren. Zelfs de kwantummechanica is er, onder andere door de Britten, de neurofysioloog John C. Eccles (1903-1997) en de kwantumfysicus Roger Penrose, met de haren bijgesleept.
De dualist Eccles beweert dat de geest en de hersenen twee geheel verschillende wezenlijkheden zijn, waarbij de geest invloed uitoefent op de hersenen dankzij veranderingen die het veroorzaakt in de neurotransmitterstof, waarbij hij uitgaat van de kwantummechanicabeginselen, hoewel hij geen fysische hoedanigheden aan de geest toekent. Hij creëerde ‘waarschijnlijkheidsvelden’ die door de geest zouden worden bediend om op de bewegingen van de boodschappermoleculen in te werken. Een soort moderne variant op het cartesiaans dualisme.
Roger Penrose en de Amerikaanse anesthesioloog Stuart Hameroff lanceerden een gezamenlijke bewustzijnstheorie. Deze 'Orch-OR (Orchestrated Objective Reduction) theorie' heeft als uitgangspunt dat met anesthesie het bewustzijn wordt uitgeschakeld. Het begrijpen van het mechanisme ervan zal, aldus deze wetenschappers, leiden tot het begrijpen van het bewustzijn. Volgens Hameroff veroorzaken de toegediende gassen structurele wijzigingen in de eiwitten van de hersenen. Het bewustzijn zou worden ontregeld door het aan banden leggen van de beweeglijkheid van elektronen binnen deze moleculen. En dit nu is naar de mening van Penrose de kern waar alles om draait. Hij en Hameroff verplaatsten het probleem van het bewustzijn van het neurobiologisch (herseneiwitten) naar het kwantumniveau (subatomaire deeltjes). De bekende probleemverschuivende tactiek.
Volgens Hameroff is de opbouwlocatie van het ‘kwantumbewustzijnspotentieel’ de microtubulus. Dat is een circulatiesysteem aanwezig in alle neuronen, die in staat is informatie te verwerken. Stop alles bij elkaar en je hebt een idee hoe de kwantumsamenhang van eiwitten in de microtubuli gelijktijdig kan zijn over de gehele hersenen waardoor wij bewustzijn als onverdeeld ervaren. Dat is althans de mening van Penrose en Hameroff.
Afgezien van het feit dat de theorie nogal onelegant en ingewikkeld is, klopt ze ook niet. Niet het bewustzijn wordt beïnvloed of uitgeschakeld door verdovingsgassen, maar de wakkerstatus en daarmee de waarneming. De microtubuli zeggen hoogstens iets over het functioneren van onze slaap en waakritme, of comateuze toestand, meer niet.
Ook de Amerikaanse fysicus Fred Alan Wolf, en andere fysici, gaan ervan uit dat het bewustzijn een fenomeen is van alle hersenmechanismen die onderlinge samenhang laten zien. Dus van neuronen en eiwitten tot aan elektronen en quanten.

Een andere theorie dienaangaande is die van de Amerikaanse neuropsychiater J. Allan Hobson. Hij geeft niet zozeer een theorie over wat bewustzijn is, maar een driedimensionaal ruimtelijk model van bewustzijnstoestanden die hij het AIM-model noemt. Daarbij staat A voor activeringsniveau, I voor informatiebron en M voor modulatie (verwerkingsmethode). Hoewel het model redelijk in elkaar zit wordt het bewustzijnsmechanisme er niet door verklaard. Daar komt nog bij dat zijn zogenaamde bewustzijnstoestanden doodgewone waarnemingstoestanden zijn.



VORIGE GA NAAR PAGINA: 1 | 2 | 3 VOLGENDE
Jarsin's boek is ook gedeeltelijk te doorzoeken via Google Book Search:
http://books.google.com/books?isbn=908090211X

Op deze manier kan tot 20% van de inhoud van het boek doorzocht worden.

Enkele interessante pagina's:
- Onderverdeling van het centraal zenuwstelsel
- Verschil tussen AI en ACI
- Imsanis en Ipemsanis

Het Bewustzijnsmechanisme Ontdekt

(Uitgeverij Virus,
ISBN 90 809021 1 X,
300 blz., € 24,90.)

Forum Onderwerpen
Copyright © 2005-2017 Albert Jarsin

Indien u de auteur persoonlijk iets wil vertellen over deze website of anderszins dan kunt u een e-mail sturen naar albert@jarsin.net